De opleiding bestaat uit één uur theorie en twee uur praktijk. In het theoretische deel leer je de onderdelen en basiswerking van het adembeschermingstoestel, evenals het correct aan- en aftuigen.
Tijdens de praktijk oefen je het aan- en aftuigen met controles, voortbewegingstechnieken, blindlopen en fysieke belasting. Je legt een parcours af in het oefengebouw en past diverse technieken toe, inclusief het redden van een slachtoffer onder adembescherming.
De praktijksessie bestaat uit het correct aan- en aftuigen van het toestel met bijhorende controles, gevolgd door oefeningen in voortbewegingstechnieken, blindlopen en fysieke belasting.
Deelnemers doorlopen een parcours in het oefengebouw waarbij alle technieken worden toegepast. Tijdens de scenariotraining blussen ze een gasgestookte brandhaard onder adembescherming en leren een slachtoffer redden uit een brandende ruimte.
De opleiding duurt drie uur en start met een theoretisch deel van één uur waarin de vuurdriehoek, gevaren bij brand, blusstoffen en blusmiddelen kort worden herhaald.
Daarna volgt een praktijkgedeelte van twee uur met basis blussen met kleine blusmiddelen, hittegewenning, technieken voor het openen van deuren en benadering van lokalen.
Er is een demonstratie van flashover en koeling, gevolgd door scenario-oefeningen met een leider waarbij kleine blusmiddelen, CO₂-blussers en waterhaspels worden gecombineerd.
Voor het praktijkgedeelte worden beschermingsmiddelen voorzien.
De opleiding duurt zes uur en bestaat uit theorie en praktijk. In het theoretische deel behandelen we het begrip brand, blussing, gevaren bij brand, verschillende blusmethoden, brandbestrijdingsmiddelen, preventie, de taak van de interventieploeg en het correct verwittigen van hulpdiensten, inclusief melding, waarschuwing, alarmering en evacuatie.
Na een broodjeslunch volgt het praktijkgedeelte waarin deelnemers in het oefencentrum te Zedelgem reële vuurhaarden blussen met poeder- en CO₂-blussers, waterhaspel en blusdeken. Ook evacuatietechnieken en casuïstiek komen aan bod. Voor deze oefeningen worden beschermingsmiddelen voorzien.
De inhoud van een opleiding “op maat” wordt in overleg met de aanvrager opgemaakt.
Afhankelijk van de voorkennis van de deelnemers kunnen verschillende scenario’s uitgewerkt worden. Bvb vloeistofbrand, binnenbrandbestrijding, voertuigbrand, redden van mensen,
De opleiding duurt zes uur en bestaat uit een theoretisch deel van drie uur en een praktijkdeel van drie uur.
In de theorie behandelen we basisregels bij interventies, besluitvorming, bevelvoering, verantwoordelijkheden voor veiligheid, crisiscommunicatie, het verwittigen van hulpdiensten en interne procedures met actiekaarten.
Na een broodjeslunch volgt de praktijk, waarin casuïstiek wordt toegepast op bedrijfsplannen en actiekaarten.
De scenariotraining in de vuurhal omvat het toepassen van theorie in realistische oefeningen met kleine blusmiddelen, verkenning, alarmering, besluitvorming en bevelvoering.
Deelnemers wisselen van interventieleider en sluiten af met een debriefing.
Er wordt geoefend op reële vuurhaarden met CO₂-blussers en waterhaspels. Beschermingsmiddelen worden voorzien.
Tijdens de 3 u durende praktijksessie leren deelnemers kleine branden blussen met branddeken, poederblusser, CO₂-blusser en brandhaspel.
Er wordt geoefend op veilige benadering van vuurhaarden, hittegewenning, openen van deuren, koelen en afsluiten van een gasfles, en het blussen onder waternevel.
Daarnaast trainen ze het snel doorzoeken van ruimtes en het evacueren van slachtoffers.
Voor deze oefeningen worden beschermingsmiddelen zoals interventiejas, helm, veiligheidsbril en handschoenen voorzien.
De opleiding Brandbestrijding & Adembescherming duurt zes uur en combineert theorie en praktijk.
In het theoretische deel behandelen we de basisprincipes van brand en blussing, gevaren bij brand en gassen, brandbestrijdingsmiddelen, preventie en persoonlijke beschermingsmiddelen, de taak van de interventieploeg en het gebruik van adembescherming.
Het praktijkgedeelte omvat het blussen van vuurhaarden en vloeistofbrand, het correct aan- en aftuigen van adembescherming, voortbewegingstechnieken inclusief traplopen en blindlopen, slachtoffertransport en een realistisch blusscenario met ademlucht. Tijdens de middagpauze is een broodjeslunch voorzien.
De opleiding bestaat uit één uur theorie over de onderdelen, basiswerking en gedragsregels bij het dragen van adembescherming. Daarna volgen twee uur praktijk met aan- en aftuigen, controles, slachtofferbehandeling en voortbewegingstechnieken.
Na de lunch is er drie uur praktijk waarin deelnemers blussen met blusdeken en poederblusser, oefenen met straalpijptechnieken, compartimentering en voortbeweging op trappen, gevolgd door scenario-oefeningen onder adembescherming.
De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch deel. In de theorie van twee uur wordt ingegaan op het begrip brand, blussing, brandgevaren, verschillende soorten branden, brandbestrijdingsmiddelen, preventie en de taak van de eerste interventieploeg. De deelnemers ontvangen hiervoor een syllabus.
Het praktijkgedeelte duurt één uur en gaat door in het oefencentrum te Zedelgem. Er wordt geoefend op reële vuurhaarden met poeder- en CO₂-blussers en met waterblussing via een haspel. Voor de praktijk krijgen de deelnemers een interventiejas, helm, stofmasker en handschoenen in bruikleen.