Deze module bereidt de cursist voor op de rol van bevelvoerder binnen de brandweerinterventie. Ze legt de nadruk op het begrijpen van de operationele structuur van een interventie, de rol van onderofficieren in de bevelvoering en het correct inzetten van beschikbare hulpmiddelen voor besluitvorming en informatieoverdracht. De cursist leert op een gestructureerde en veilige manier beslissingen te nemen, middelen te kiezen en opdrachten binnen de interventie effectief aan te sturen.
Deze module bereidt de cursist voor op de rol van bevelvoerder binnen de brandweerinterventie. Ze legt de nadruk op het begrijpen van de operationele structuur van een interventie, de rol van onderofficieren in de bevelvoering en het correct inzetten van beschikbare hulpmiddelen voor besluitvorming en informatieoverdracht. De cursist leert op een gestructureerde en veilige manier beslissingen te nemen, middelen te kiezen en opdrachten binnen de interventie effectief aan te sturen.
Deze module richt zich op het verwerven van inzicht in de specifieke risico’s en uitdagingen van industriële branden. De cursist leert de gevaren van magazijn- en metaalbranden herkennen en krijgt een grondige kennis van industriële blusmiddelen, schuimproducten, poeders en systemen voor watertransport.
Daarnaast leert de cursist blusprocedures en interventietechnieken analyseren en toepassen binnen een industriële context. Via casebesprekingen, berekeningen en warme oefeningen ontwikkelt de cursist de vaardigheden om brandinterventies in industriële omgevingen veilig, efficiënt en doordacht te leiden.
De opleiding duurt zes uur en bestaat uit theorie en praktijk. In het theoretische deel behandelen we het begrip brand, blussing, gevaren bij brand, verschillende blusmethoden, brandbestrijdingsmiddelen, preventie, de taak van de interventieploeg en het correct verwittigen van hulpdiensten, inclusief melding, waarschuwing, alarmering en evacuatie.
Na een broodjeslunch volgt het praktijkgedeelte waarin deelnemers in het oefencentrum te Zedelgem reële vuurhaarden blussen met poeder- en CO₂-blussers, waterhaspel en blusdeken. Ook evacuatietechnieken en casuïstiek komen aan bod. Voor deze oefeningen worden beschermingsmiddelen voorzien.
De inhoud van een opleiding “op maat” wordt in overleg met de aanvrager opgemaakt.
Afhankelijk van de voorkennis van de deelnemers kunnen verschillende scenario’s uitgewerkt worden. Bvb vloeistofbrand, binnenbrandbestrijding, voertuigbrand, redden van mensen,
De opleiding duurt zes uur en bestaat uit een theoretisch deel van drie uur en een praktijkdeel van drie uur.
In de theorie behandelen we basisregels bij interventies, besluitvorming, bevelvoering, verantwoordelijkheden voor veiligheid, crisiscommunicatie, het verwittigen van hulpdiensten en interne procedures met actiekaarten.
Na een broodjeslunch volgt de praktijk, waarin casuïstiek wordt toegepast op bedrijfsplannen en actiekaarten.
De scenariotraining in de vuurhal omvat het toepassen van theorie in realistische oefeningen met kleine blusmiddelen, verkenning, alarmering, besluitvorming en bevelvoering.
Deelnemers wisselen van interventieleider en sluiten af met een debriefing.
Er wordt geoefend op reële vuurhaarden met CO₂-blussers en waterhaspels. Beschermingsmiddelen worden voorzien.
Tijdens de 3 u durende praktijksessie leren deelnemers kleine branden blussen met branddeken, poederblusser, CO₂-blusser en brandhaspel.
Er wordt geoefend op veilige benadering van vuurhaarden, hittegewenning, openen van deuren, koelen en afsluiten van een gasfles, en het blussen onder waternevel.
Daarnaast trainen ze het snel doorzoeken van ruimtes en het evacueren van slachtoffers.
Voor deze oefeningen worden beschermingsmiddelen zoals interventiejas, helm, veiligheidsbril en handschoenen voorzien.
De opleiding Brandbestrijding & Adembescherming duurt zes uur en combineert theorie en praktijk.
In het theoretische deel behandelen we de basisprincipes van brand en blussing, gevaren bij brand en gassen, brandbestrijdingsmiddelen, preventie en persoonlijke beschermingsmiddelen, de taak van de interventieploeg en het gebruik van adembescherming.
Het praktijkgedeelte omvat het blussen van vuurhaarden en vloeistofbrand, het correct aan- en aftuigen van adembescherming, voortbewegingstechnieken inclusief traplopen en blindlopen, slachtoffertransport en een realistisch blusscenario met ademlucht. Tijdens de middagpauze is een broodjeslunch voorzien.
De opleiding bestaat uit één uur theorie over de onderdelen, basiswerking en gedragsregels bij het dragen van adembescherming. Daarna volgen twee uur praktijk met aan- en aftuigen, controles, slachtofferbehandeling en voortbewegingstechnieken.
Na de lunch is er drie uur praktijk waarin deelnemers blussen met blusdeken en poederblusser, oefenen met straalpijptechnieken, compartimentering en voortbeweging op trappen, gevolgd door scenario-oefeningen onder adembescherming.
De opleiding omvat een praktijkdeel van drie uur waarin deelnemers leren kleine branden veilig blussen met branddeken, poeder- en CO₂-blusser en brandhaspel. Er wordt geoefend op hittegewenning, benadering van vuurhaarden, openen van deuren, scenariotrainingen en een demonstratie van flashover. Na de lunch volgt een namiddagprogramma van vier uur met theorie en praktijk rond eerste hulp: reanimatie met AED, hulp bij wonden en letsels, levensbedreigende aandoeningen en efficiënt handelen in noodsituaties. Voor de blusoefeningen worden beschermingsmiddelen voorzien; stevige schoenen en lange broek zijn verplicht.